Dopingreglement Vlaanderen

INTERN TUCHTREGLEMENT INZAKE DOPINGPRAKTIJKEN GEPLEEGD DOOR ELITESPORTERS

OF BEGELEIDERS

1. Dit reglement is van toepassing op elke sporter die onder de verantwoordelijkheid van deze

sportvereniging valt en door de Vlaamse Gemeenschap op de hoogte werd gebracht van zijn

kwalificatie als elitesporter en elke begeleider die onder de verantwoordelijkheid van deze

sportvereniging valt.

2. De in artikel 1 vermelde sporter die de in artikel 1 vermelde kwalificatie als elitesporter betwist, kan

overeenkomstig artikel 34 van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde

sportbeoefening, binnen de veertien dagen volgend op de kennisgeving, beroep aantekenen bij de

disciplinaire commissie van de Vlaamse Gemeenschap.

3. De disciplinaire vervolging en bestraffing van dopingpraktijken gepleegd door de in artikel 1

vermelde sporter, verloopt volgens het procedurereglement van het disciplinair orgaan van de vzw

Vlaams Doping Tribunaal, die door deze sportvereniging belast werd met het organiseren van de

disciplinaire procedure betreffende dopingpraktijken gepleegd door de in artikel 1 vermelde

elitesporter.

De disciplinaire vervolging en bestraffing van dopingpraktijken gepleegd door de in artikel 1 vermelde

begeleider, verloopt volgens het procedurereglement van het disciplinair orgaan van deze

sportvereniging.

4. §1. Het in artikel 3 vermelde disciplinair orgaan zal de in overtreding bevonden sporter of begeleider

veroordelen tot het terugbetalen van het geheel of een deel van de kosten van de dopingcontroles,

aan degene die de kosten van deze controles heeft gedragen en de in overtreding bevonden sporter of

begeleider daarenboven een straf opleggen overeenkomstig §2 tot en met §7 van dit artikel.

§2. Met uitzondering van de specifieke stoffen waarnaar verwezen wordt in paragraaf 3, en behoudens

de toepassing van paragraaf 5 of 6 wordt twee jaar uitsluiting opgelegd voor een overtreding als

vermeld in artikel 3, 1°, 2° en 6°, van het decreet.

§3. De verboden lijst kan specifieke stoffen vermelden die gemakkelijk kunnen leiden tot het

onbedoeld overtreden van antidopingregels doordat ze veel worden gebruikt in medicijnen of waarvan

het minder waarschijnlijk is dat ze met succes worden gebruikt als doping. Als een sporter of

begeleider kan aantonen hoe een specifieke stof in zijn of haar lichaam is binnengekomen of in zijn of

haar bezit is gekomen, en dat die specifieke stof niet bedoeld was om de sportprestaties van de

sporter te verbeteren of het gebruik van een prestatieverbeterende stof te maskeren, wordt de

uitsluitingsperiode vermeld in paragraaf 2 van dit artikel vervangen door minimaal een berisping en

maximaal twee jaar uitsluiting voor een eerste overtreding.

Om een opheffing of een vermindering te rechtvaardigen, moet de sporter of begeleider zijn of haar

verklaring staven met bewijsmateriaal waaruit tot volle tevredenheid van het disciplinair orgaan blijkt

dat er geen sprake was van een intentie om de sportprestatie te verbeteren of het gebruik van een

prestatieverbeterende stof te maskeren. De ernst van de fout van de sporter of begeleider geldt als

criterium om te beslissen tot een eventuele vermindering van de uitsluitingsperiode.

§4. Voor overtredingen als vermeld in artikel 3, 3° en 5°, van het decreet, geldt, behoudens de

toepassing van paragraaf 5 of 6, twee jaar uitsluiting.

Voor overtredingen als vermeld in artikel 3, 7° en 8°, van het decreet, wordt, behoudens de

toepassing van paragraaf 5, een periode van uitsluiting opgelegd van minimaal vier jaar en maximaal

levenslang. Een dopingpraktijk waarbij een minderjarige betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige

overtreding beschouwd en leidt, indien zij is gepleegd door een begeleider van de sporter en

betrekking heeft op andere stoffen dan de op de verboden lijst vermelde specifieke stoffen, tot

levenslange uitsluiting voor de begeleider.

Voor overtredingen als vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet, is de periode van uitsluiting minimaal

één jaar en maximaal twee jaar, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter.

KBWB – LRBL – KBRV Langestraat 33, 9150 Kruibeke BEL@fila-wrestling.com www.olympicwrestling.be

1

§5. In de volgende gevallen wordt de periode van uitsluiting niet toegepast of verminderd op grond

van uitzonderlijke omstandigheden:

1° als de sporter of begeleider in een individueel geval kan aantonen dat hem geen schuld treft of

nalatigheid te verwijten is voor de overtreding, vervalt de periode van uitsluiting die normaal van

toepassing was. In geval van een overtreding van een antidopingregel als vermeld in artikel 3, 1°, van

het decreet, moet de sporter aanvullend aantonen hoe de verboden stof in zijn lichaam is

terechtgekomen opdat de periode van uitsluiting kan vervallen. Als de periode van uitsluiting vervalt,

telt de overtreding van de antidopingregel niet mee voor het vaststellen van de periode van uitsluiting

die geldt voor overtredingen als vermeld in paragraaf 7;

2° als de sporter of begeleider in een individueel geval voor een overtreding van een antidopingregel

kan aantonen dat hem geen significante schuld treft of nalatigheid te verwijten is voor de overtreding,

kan de periode van uitsluiting worden verminderd tot maximaal de helft. Als de periode van uitsluiting

levenslang is, mag de verminderde periode niet korter zijn dan acht jaar. In geval van een overtreding

van een antidopingregel als vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet, moet de sporter bijkomend

aantonen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen voordat de periode van uitsluiting

kan worden verminderd;

3° als een sporter of begeleider vrijwillig een dopingpraktijk bekent voor hem een monsterneming

wordt aangekondigd die een dopingpraktijk zou kunnen aantonen (of, als het een andere

dopingpraktijk betreft dan die welke vermeld in artikel 3, 1° van het decreet, voor hij de eerste

kennisgeving van de toegegeven overtreding ontvangt) en die bekentenis het enige betrouwbare

bewijs is van de overtreding op het ogenblik van de bekentenis, kan de uitsluitingsperiode worden

verminderd, maar de uitsluitingsperiode kan nooit minder lang zijn dan de helft van de

uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is;

4° voor een vermindering of schorsing op basis van paragraaf 5, 2° of 3° wordt toegepast, moet de

normaal toepasselijke uitsluitingsperiode worden bepaald in overeenstemming met paragraaf 2, 3, 4

en 6. Als de sporter of begeleider aanspraak maakt op een vermindering of opschorting van de

uitsluitingsperiode op basis van twee of meer van de criteria vermeld in 2° of 3° van paragraaf 5, kan

de uitsluitingsperiode worden verminderd of opgeschort, maar de uitsluitingsperiode kan nooit minder

lang zijn dan een vierde van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is.

§6. Als in een individueel geval waar er sprake is van een andere dopingpraktijk dan de overtredingen,

vermeld in artikel 3, 7°, en artikel 3, 8°, van het decreet, wordt vastgesteld dat er verzwarende

omstandigheden zijn die de oplegging van een langere uitsluitingsperiode dan de standaardsanctie

rechtvaardigen, moet de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode worden verlengd tot maximaal vier

jaar tenzij de sporter of begeleider tot volle tevredenheid van het disciplinaire orgaan kan bewijzen dat

hij de dopingpraktijk niet opzettelijk heeft begaan.

Een sporter of begeleider kan de toepassing van deze paragraaf voorkomen, als hij de beweerde

dopingpraktijk onmiddellijk bekent na door de opdrachtgever met de overtreding te zijn

geconfronteerd.

§7. In geval van meervoudige overtredingen worden de volgende regels in acht genomen:

tweede overtreding

1° voor de eerste dopingpraktijk van een sporter of begeleider wordt de uitsluitingsperiode, vastgelegd

in paragraaf 2 en 4 (vatbaar voor opheffing, vermindering of opschorting volgens paragraaf 3 en 5, of

voor verlenging volgens paragraaf 6). Voor een tweede dopingpraktijk geldt een uitsluitingsperiode die

in overeenstemming is met de onderstaande tabel:

eerste overtreding VSS AGC GSS St VS HT

VSS 1-4 2-4 2-4 4-6 8-10 10- lev

AGC 1-4 4-8 4-8 6-8 10- lev lev

GSS 1-4 4-8 4-8 6-8 10- lev lev

St 2-4 6-8 6-8 8- lev lev lev

VS 4-5 10- lev 10- lev lev lev lev

HT 8- lev lev lev lev lev lev

2

KBWB – LRBL – KBRV Langestraat 33, 9150 Kruibeke BEL@fila-wrestling.com www.olympicwrestling.be

In de tabel voor de tweede dopingpraktijk wordt verstaan onder: a) cijfers / “lev”: aantal jaren uitsluiting;
b) -: tot;
c) lev: levenslange;

d) VSS (Verminderde sanctie voor een Specifieke Stof conform art. 70, §3): De dopingpraktijk wordt of

zou moeten worden bestraft met een verminderde sanctie conform art. 70, §3, omdat er sprake is van

een Specifieke Stof en de andere voorwaarden van art. 70, §3, zijn vervuld.

e) AGC (Aangifteverzuim en/of Gemiste Controles): De dopingpraktijk wordt of zou moeten worden

bestraft conform art. 70, §4, derde lid .

f) GSS (verminderde sanctie in geval van Geen Significante Schuld of nalatigheid): De dopingpraktijk

wordt of zou moeten worden bestraft met een verminderde sanctie conform art. 70, §5, 2° omdat de

sporter aantoonde dat er sprake was van Geen Significante Schuld of Nalatigheid conform art. 70, §5,

2°.

g) St (Standaardsanctie conform art. 70, §2 of art. 70, §4, eerste lid): De overtreding van een

antidopingregel wordt bestraft of zou moeten worden bestraft met een standaardsanctie van twee jaar

conform art. 70, §2 of art. 70, §4, eerste lid.

h) VS (Verzwaarde Sanctie): De dopingpraktijk wordt of zou moeten worden bestraft met een

verzwaarde sanctie conform art. 70, §6, omdat aan de voorwaarden van art. 70, §6, is voldaan.

i) HT (Handel of poging tot handel en Toediening of poging tot toediening): De dopingpraktijk wordt of

zou moeten worden bestraft met een sanctie conform art. 70, §4, tweede lid.

2° als een sporter of begeleider die een tweede dopingpraktijk begaat, beweert aanspraak te maken

op gedeeltelijke opschorting of verkorting van de uitsluitingsperiode conform paragraaf 5, 3° of 4°,

dient het disciplinair orgaan eerst de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode te bepalen binnen het

bereik aangegeven door de tabel vermeld in paragraaf 7, 1°, en vervolgens de gepaste opschorting of

verkorting van de uitsluitingsperiode toe te passen. De resterende uitsluitingsperiode, na de

toepassing van eventuele opschorting of verkorting op basis van paragraaf 5, 3° of 4°, moet minstens

een vierde van de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode bedragen;

3° een derde dopingpraktijk heeft altijd levenslange uitsluiting tot gevolg, behalve als de derde

dopingpraktijk de voorwaarden voor opheffing of vermindering van de uitsluitingsperiode conform

paragraaf 4 vervult of als er sprake is van een overtreding van artikel 3, 4°, van het decreet. In die

speciale gevallen bedraagt de uitsluitingsperiode acht jaar tot levenslang;

4° voor bepaalde potentieel meervoudige overtredingen gelden de volgende aanvullende regels:

a) om te worden bestraft op basis van paragraaf 7 van dit artikel, kan een dopingpraktijk alleen als

een tweede overtreding worden beschouwd, als wordt aangetoond dat de sporter of begeleider de

tweede dopingpraktijk heeft begaan nadat hij op de hoogte was gebracht conform artikel 57, of nadat

de opdrachtgever redelijke inspanningen heeft geleverd om hem op de hoogte te brengen van de

eerste dopingpraktijk. Als de opdrachtgever dat niet kan bewijzen, worden de overtredingen samen als

één enkele eerste overtreding beschouwd en zal de opgelegde sanctie gebaseerd zijn op de

overtreding waarop de strengere sanctie staat. Het voorkomen van meervoudige overtredingen kan

echter als een verzwarende omstandigheid worden beschouwd;

b) als na de uitspraak in een eerste dopingpraktijk feiten worden ontdekt met betrekking tot een

dopingpraktijk van de sporter of begeleider die zich hebben voorgedaan vóór de kennisgeving met

betrekking tot de eerste overtreding, wordt een aanvullende sanctie opgelegd, op basis van de sanctie

die had kunnen worden opgelegd als tegelijkertijd uitspraak was gedaan over beide overtredingen. Om

te vermijden dat er verzwarende omstandigheden worden gevonden op grond van de vroeger

gepleegde maar later ontdekte overtreding, moet de sporter of begeleider vrijwillig en tijdig de eerdere

dopingpraktijk bekennen na de kennisgeving van de overtreding waarvan hij eerst wordt beschuldigd.

Dezelfde regel geldt ook als feiten worden ontdekt met betrekking tot nog een vroegere overtreding na

de uitspraak in een tweede dopingpraktijk.

3

KBWB – LRBL – KBRV Langestraat 33, 9150 Kruibeke BEL@fila-wrestling.com www.olympicwrestling.be

5° Voor de toepassing van paragraaf 7 moeten alle dopingpraktijken plaatsvinden binnen dezelfde

periode van acht jaar om als meervoudige overtredingen beschouwd te worden.

§8. De uitsluitingsperiode gaat in op de dag waarop tijdens een hoorzitting een uitsluiting wordt

opgelegd of, als afstand werd gedaan van een hoorzitting, op de datum waarop de uitsluiting werd

aanvaard of gewijzigd. Elke periode van voorlopige schorsing moet worden afgetrokken van de totale

periode van uitsluiting die wordt opgelegd.

Deze regeling geldt niet in de volgende gevallen:

1° als de tuchtprocedure of andere aspecten van de dopingcontrole aanzienlijke vertraging oplopen die

niet aan de sporter of begeleider te wijten is, kan het disciplinair orgaan de uitsluitingsperiode op een

vroegere datum laten ingaan, op zijn vroegst op de datum van de monsterneming, of op de laatste

datum waarop een andere dopingpraktijk heeft plaatsgevonden;

2° als de sporter of begeleider onmiddellijk (d.w.z. wat de sporter betreft, in ieder geval voor de

sporter opnieuw aan een wedstrijd deelneemt) de dopingpraktijk bekent nadat de opdrachtgever hem

met de dopingpraktijk heeft geconfronteerd, kan de uitsluitingsperiode op zijn vroegst aanvangen op

de datum van de monsterneming of op de laatste datum waarop een andere dopingpraktijk

plaatsvond. In elk geval moet de sporter of begeleider, als deze bepaling wordt toegepast, minstens de

helft van de uitsluitingsperiode uitzitten, beginnend vanaf de datum waarop de sporter of begeleider

de opgelegde sanctie heeft aanvaard, de datum van de tuchtrechtelijke uitspraak van die sanctie of de

datum waarop de sanctie wordt gewijzigd;

3° als een voorlopige schorsing wordt opgelegd en door de sporter wordt gevolgd, wordt de periode

van voorlopige schorsing afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de

sporter wordt opgelegd;

4° als een sporter vrijwillig en schriftelijk een voorlopige schorsing aanvaardt van de opdrachtgever,

en vervolgens afziet van wedstrijddeelname, wordt die periode van vrijwillige voorlopige schorsing

afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de sporter wordt opgelegd. Een

kopie van de vrijwillige aanvaarding van een voorlopige schorsing door de sporter moet onmiddellijk

worden bezorgd aan alle partijen die recht hebben op kennisgeving van een vermoedelijke

dopingpraktijk;

5° de periode voor de datum van inwerkingtreding van een voorlopige schorsing wordt nooit in

mindering gebracht van een uitsluitingsperiode, ongeacht of de sporter ervoor heeft geopteerd om niet

deel te nemen aan wedstrijden of door zijn team werd geschorst.

§9. Wanneer een sporter of begeleider die uitgesloten is verklaard, het verbod op deelname tijdens de

uitsluiting, zoals voorzien in paragraaf 10, overtreedt, worden de resultaten van die deelname

gediskwalificeerd en begint de oorspronkelijk opgelegde uitsluitingsperiode opnieuw te lopen vanaf de

datum van de overtreding. De nieuwe uitsluitingsperiode kan verkort worden conform paragraaf 5,

2°indien de sporter of begeleider aantoont dat hem of haar geen significante schuld of nalatigheid treft

voor de overtreding van het verbod op deelname. De opdrachtgever van de dopingcontrole die tot de

oplegging van de oorspronkelijke uitsluitingsperiode heeft geleid, dient te bepalen of de sporter of

begeleider het verbod op deelname heeft overtreden, en of een vermindering conform paragraaf 5, 2°

aangewezen is.

Bij elke dopingpraktijk waarvoor geen verkorte sanctie wegens specifieke stoffen geldt zoals vermeld

in paragraaf 4, wordt bovendien de sportgerelateerde financiële steun of andere sportgerelateerde

voordelen die een dergelijke sporter of begeleider zou ontvangen, geheel of gedeeltelijk ingehouden

door de sportvereniging.

§10. De uitsluiting houdt in dat de betrokkene tijdens de periode van uitsluiting in geen enkele

hoedanigheid mag deelnemen aan een sportmanifestatie (uitgezonderd geautoriseerde

antidopingcursussen of rehabilitatieprogramma’s). Een persoon aan wie een periode van uitsluiting is

opgelegd van langer dan vier jaar kan, als er vier jaren van de periode van uitsluiting zijn verstreken,

deelnemen aan lokale sportmanifestaties in een andere sport dan de sport waarbij de betrokkene de

overtreding van een antidopingregel heeft gepleegd, maar alleen als de lokale sportmanifestatie niet

op een dusdanig niveau is dat het de betrokkene anders direct of indirect zou kunnen kwalificeren voor

deelname aan (of punten zou kunnen opleveren die nodig zijn voor) een nationaal kampioenschap of

internationale wedstrijd.

§11. Als voorwaarde voor het terugkrijgen van het recht op deelname aan wedstrijden na een

bepaalde periode van uitsluiting moet een sporter tijdens de periode van uitsluiting beschikbaar blijven

voor dopingcontroles buiten wedstrijdverband en moet hij of zij, als daarnaar gevraagd wordt, actuele

KBWB – LRBL – KBRV Langestraat 33, 9150 Kruibeke BEL@fila-wrestling.com www.olympicwrestling.be

4

en nauwkeurige verblijfsgegevens verstrekken. Als een sporter aan wie een periode van uitsluiting is

opgelegd zich terugtrekt uit de sport maar later toch weer aan de sport wil deelnemen, kan de sporter

pas weer deelnamegerechtigd worden verklaard als de sporter de administratie daarvan op de hoogte

heeft gebracht en zich beschikbaar heeft gesteld voor dopingcontroles buiten wedstrijdverband

gedurende een periode die gelijk is aan de periode van uitsluiting die nog over was op het moment dat

de sporter zich terugtrok..

5. Een overtreding van een antidopingregel in verband met een dopingcontrole binnen

wedstrijdverband leidt automatisch tot diskwalificatie van het individuele resultaat dat is behaald in die

wedstrijd met alle daaruit voortvloeiende consequenties, zoals het verlies van eventuele medailles,

punten en prijzen.

Naast de automatische diskwalificatie van de resultaten in de wedstrijd waarin het posititeve monster

is aangetroffen, zullen alle andere wedstrijdresultaten die zijn behaald nadat er een positief monster is

afgenomen (of dat nu binnen of buiten wedstrijdverband is) of er een andere overtreding van

antidopingregels heeft plaatsgevonden, door het begin van een periode van voorlopige schorsing of

uitsluiting worden gediskwalificeerd, tenzij de rechtvaardigheid anders vereist, met alle consequenties

vandien, zoals het verlies van eventuele medailles, punten en prijzen.

Als voorwaarde voor het terugkrijgen van het recht op wedstrijddeelname na een vastgestelde

dopingovertreding, moet de sporter eerst al het conform dit artikel verbeurde prijzengeld terugbetalen.

Tenzij de regels van de internationale federatie bepalen dat verbeurd prijzengeld aan andere sporters

moet worden toegekend, moet het in de eerste plaats dienen om de invorderingskosten te vergoeden

van de sportvereniging die de nodige stappen ondernam om het prijzengeld terug te vorderen, en

vervolgens om de kosten te vergoeden van de antidopingorganisatie die in dat geval instond voor het

resultatenbeheer, waarna het eventuele restant wordt toegekend conform de regels van de

internationale federatie.

6. De volgende personen of instanties hebben het recht, tegen elke disciplinaire maatregel van het in

artikel 3 vermelde disciplinair orgaan, beroep aan te tekenen bij het Internationaal Sporttribunaal,

volgens de voorwaarden die van toepassing zijn op het Internationaal Sporttribunaal:

a. De betrokken sporter of begeleider

b. De andere partij in de zaak waarin de uitspraak is gedaan

c. De Vlaamse regering

d. De bevoegde nationale of internationale sportfederatie

e. Het Wereldantidopingagentschap (WADA)

f. Het Internationaal Olympisch Comité

g. Het Internationaal Paralympisch Comité

7. Het beroep schort de tenuitvoerlegging van de in artikel 6 vermelde maatregel niet op.

Om ontvankelijk te zijn moet het beroep bij aangetekende brief ter post zijn afgegeven binnen een

termijn van veertien kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na de uitspraak van de maatregel

of, als de maatregel bij verstek is genomen, binnen veertien dagen na de dag van de verzending van

de maatregel bij aangetekende brief door het in artikel 3 vermelde disciplinair orgaan.

De uiterste datum waarbinnen het WADA echter beroep kan aantekenen of kan tussenbeide komen is

gelijk aan de laatste van de volgende twee data:

a) eenentwintig dagen na de laatste dag waarop eender welke partij beroep kon hebben aangetekend,

of

b) eenentwintig dagen na ontvangst door het WADA van het volledige dossier met betrekking tot de

uitspraak.

Wanneer het in artikel 3 vermelde disciplinair orgaan niet binnen een redelijke termijn die door het

WADA wordt bepaald, beslist of er een dopingovertreding heeft plaatsgevonden, kan het WADA ervoor

opteren om rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het Internationationaal Sporttribunaal, alsof het

disciplinair orgaan had beslist dat er geen dopingovertreding was begaan.

8. De bevoegde administratie van de Vlaamse Gemeenschap heeft het recht controle uit te oefenen op

de naleving van dit intern tuchtreglement.

5

KBWB – LRBL – KBRV Langestraat 33, 9150 Kruibeke BEL@fila-wrestling.com www.olympicwrestling.be